Je bent hier
Home Zoekresultaten "pta"
 

?

Wanneer moet je het PTA ontvangen?

Op 1 oktober van het nieuwe schooljaar moet er een nieuw, geldig PTA liggen. Vanaf 1 oktober kunnen leerlingen zich dan beroepen op dit PTA. Voor 1 oktober vinden er meestal geen schoolexamens plaats, dus is het PTA dan niet zo van belang.

?

Begrippenlijst

A
Achterban: De groep mensen die je vertegenwoordigt en die jou steunen. Als leerlinggeleding in de medezeggenschapsraad zijn alle scholieren op jouw school je achterban.
Activeren: Het oproepen van je achterban, de leerlingen, om zich voor iets in te zetten. Bijvoorbeeld om naar een feest te komen of aan een actie mee te doen.
Adviesrecht: Het recht van de medezeggenschapsraad of een geleding om gevraagd en ongevraagd advies te geven op voorstellen van het schoolbestuur. Op bepaalde onderwerpen moet het schoolbestuur de MR om advies vragen.
Afsluiting (onderhandelen): Laatste fase van het onderhandelen waarin afspraken worden gemaakt en op papier worden gezet.
Agenda: Een lijst van onderwerpen die besproken worden tijdens een vergadering.

B
Beeldvorming: Stap 1 van het BOB-model, waarin je aan de hand van een uitleg te weten komt waar een onderwerp precies over gaat.
Belang: Iets wat iemand belangrijk vindt omdat het voordelig of nuttig is voor die persoon of voor zijn groep. Het belang is de achterliggende reden van een voorstel of van een probleem.
Beleid: Alle afspraken, regels en plannen die je met elkaar maakt over de school. Het beleid zorgt ervoor dat op papier staat hoe je een organisatie vanuit een algemeen gedeelde visie en missie wilt leiden. Beleid verduidelijkt de keuzes, doelstellingen en strategieën van een organisatie. Ook wordt duidelijk door beleid hoe een organisatie het eigen functioneren evalueert.
Besluiten: Stap 3 van het BOB-model, waarin je een besluit neemt. Een besluit is een keuze om iets te doen.
Bevoegd gezag: De mensen die de school gesticht hebben. Het bevoegd gezag neemt de besluiten in samenspraak met de medezeggenschapsraad. Het bevoegd gezag is een andere term voor schoolbestuur.
BOB: Model om op een gestructureerde manier te vergaderen en tot goed onderbouwde besluiten te komen.
Brainstormen: Alle ideeën die bij een bepaald onderwerp in je opkomen verzamelen.

C
Contact onderhouden met je achterban: Het communiceren met de leerlingen op jouw school. Je kunt je achterban informeren, raadplegen en activeren.

D
Discussie: Een gesprek waarin iedereen zijn mening geeft over een bepaald onderwerp.

E
Evaluaties van docenten door leerlingen (LED): Verzamelnaam voor alle manieren waarop leerlingen een rol spelen bij het beoordelen van docenten.
Examenreglement: Een document waarin beschreven staat welke regels er gelden rondom de centrale examens.

F
Foot-in-the-door: Overtuigingstechniek die je kan gebruiken bij het lobbyen. De foot-in-the-door techniek houdt in dat je kleine vragen stelt waarop de ander instemt, om uiteindelijk de vraag te stellen waar het je echt om gaat, zodat de kans groter is dat de ander hier ook mee instemt.
Formele bevoegdheden: Alle rechten die de medezeggenschapsraad volgens de WMS heeft. Deze zijn het initiatiefrecht, het informatierecht, het instemmingsrecht en het adviesrecht.
Framing: De strategie om je boodschap af te stemmen op degene die luistert en het zo overtuigender te maken.

G
Geledingen: De verschillende groepen die in de medezeggenschapsraad zitten: personeel, ouders en leerlingen. Elke geleding heeft bepaalde rechten en vertegenwoordigt hun eigen groep op school.
Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR): Een medezeggenschapsraad die zich bezighoudt met het beleid van meerdere scholen die samen onder één bevoegd gezag vallen. De samenstelling en de rechten van een GMR en lijken op die van
en MR.
Geschil: Een onenigheid of meningsverschil tussen de medezeggenschapsraad en het schoolbestuur.

I
Informatie uitwisselen: Mogelijk doel van een vergadering. Bij informatie uitwisselen gaat het erom dat nieuws, kennis en meningen worden gedeeld zodat iedereen op de hoogte is.
Informatierecht: Het recht van de medezeggenschapsraad of een geleding om informatie op te vragen en tijdig geïnformeerd te worden door de schoolleiding.
Informeren: Informatie overbrengen naar je achterban, de leerlingen op jouw school. Het informeren van de achterban is een plicht van de medezeggenschapsraad.
Initiatiefrecht: Het recht om alle onderwerpen die met school te maken hebben op de agenda van het schoolbestuur te mogen plaatsen.
Inspectie van het Onderwijs (IvO): Organisatie die controleert of scholen zich aan de regels houden en de kwaliteit van de scholen in kaart brengt. De Inspectie van het Onderwijs valt onder het Ministerie van Onderwijs.
Inspraak: Onder inspraak wordt verstaan: het betrekken van burgers in het algemeen of belanghebbenden in het bijzonder bij het voorbereiden, vormen of uitvoeren van beleid van de overheid.
Instemmingsrecht: Het recht om met voorstellen van het schoolbestuur in te stemmen of om ze te weigeren. Bij weigering gaat het voorstel niet door en moet het voorstel aangepast worden.

J
Jurisprudentie: Eerder gedane uitspraken van een geschillencommissie, meestal te vinden op de website van Onderwijsgeschillen.

K
Klankbordgroep: Een groep leerlingen die eens in de zoveel om hun mening wordt gevraagd over verschillende zaken op school.
Klassenvertegenwoordiger: Een leerling die het woord voert namens zijn of haar klas. Soms worden leerlingenraden gevormd uit klassenvertegenwoordigers, of is er een regelmatig overleg tussen klassenvertegenwoordigers en leerlingenraad of medezeggenschapsraad.

L
Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS): De landelijke scholierenorganisatie, voor en door scholieren. Het LAKS zet zich in om de belangen van alle scholieren in Nederland te vertegenwoordigen en organiseert allerlei activiteiten. Zie ook www.laks.nl.
LAKS-monitor: Het tevredenheidsonderzoek voor leerlingen, ontwikkeld door het LAKS. Elke school kan meedoen aan de LAKS-monitor om de tevredenheid van leerlingen over allerlei onderwerpen te meten. Zie ook www.laks-monitor.nl.
Leerlingen evalueren docenten (LED): Verzamelnaam voor alle manieren waarop leerlingen een rol spelen bij het beoordelen van docenten.
Leerlingen-participatiebeleid: vanaf 2017 heeft de leerlinggeleding van de MRhet instemmingsrecht het leerlingenparticipatiebeleid vast te stellen en te wijzigen. In het leerlingenparticipatiebeleid legt elke school voor voortgezet onderwijs vast hoe de inspraak en betrokkenheid van leerlingen wordt geregeld.
Leerlingenraad: Niet-verplichte raad alleen bestaande uit leerlingen. De leerlingenraad houdt zich meestal bezig met praktische zaken die scholieren aangaan.
Leerlinggeleding: Eén van de drie groepen in de medezeggenschapsraad. De leerlinggeleding bestaat uit leerlingen die gekozen zijn om in de MR plaats te nemen en vertegenwoordigen de belangen van de leerlingen op hun school. 25% van de MR moet uit leerlingen bestaan. Als er geen leerlingen beschikbaar zijn mogen ouders het overnemen.
Leerlingenstatuut: Een overzicht van de rechten en de plichten van leerlingen op school. Elke school moet een eigen leerlingenstatuut hebben.
Leerplicht: Leerlingen zijn tot 16 jaar verplicht om onderwijs te volgen. Jongeren die na hun 16e nog geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun 18e onderwijs volgen. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger).
Lobbyen: Andere mensen overtuigen om jouw standpunt te steunen.

M
Medezeggenschap: Het recht om mee te praten over de plannen voor de school.
Medezeggenschapsraad (MR): Een raad die bestaat uit personeel, ouders en leerlingen. Elke groep heeft het recht om mee te praten over de plannen voor de school en vertegenwoordigt zijn eigen groep op school.
Medezeggenschapsreglement: Een document van elke (G)MR waarin staat wat het aantal leden van de (G)MR is, de zittingsduur van de leden en hoe de verkiezingen plaatsvinden. Als er van de WMS afgeweken wordt, moet dat in het reglement staan.
Medezeggenschapsstatuut: Een document van elke (G)MR waarin staat hoe de medezeggenschap op school is geregeld. In het statuut staan de verplichtingen van het schoolbestuur en de (G)MR, en over welke faciliteiten de MR kan beschikken.
MR-vergadering: dit is een vergadering tussen de leerlingen, de docenten (of ander personeel) en de ouders (dus niet met bestuurders en/of directie). De MR vergadert zonder het schoolbestuur om voorstellen te bespreken, vragen voor te bereiden en meningen uit te wisselen.
Mediator: Een persoon die gespecialiseerd is in het bemidelen van conflicten.
Ministerie van Onderwijs: De afdeling van de overheid die verantwoordelijk is voor het landelijke onderwijsbeleid.

N
Notulen: Het verslag van de besproken punten en genomen besluiten van een vergadering.
Notulist: De persoon die de verslagen van de vergaderingen maakt en rondstuurt naar alle leden van de MR.

O
Oordeelsvorming: Stap 2 van het BOB-model, waarin je je mening geeft en voorstellen doet.
Onderhandelen: Het proberen tot een afspraak te komen wanneer twee partijen verschillende doelen, maar een gezamenlijk belang hebben.
Ondersteuningsplan: Het plan van elk samenwerkingsverband waarin staat hoe leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben passende ondersteuning kunnen krijgen.
Ondersteuningsplanraad (OPR): Een speciale medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband. In een OPR zitten leraren, ouders en leerlingen van scholen binnen het samenwerkingsverband. Een OPR houdt zich vooral bezig met het ondersteuningsplan.
Onderwijsgeschillen: Een onafhankelijke stichting die conflicten in het onderwijs in behandeling neemt. Veel scholen zijn bij Onderwijsgeschillen aangesloten.
Onderwijstijd: Alle activiteiten die tot onderwijs gerekend worden. Leerlingen en ouders in de medezeggenschapsraad bepalen mede wat geldt als onderwijstijd en wat niet.
Oplossingsgerichte methode: Methode van onderhandelen waarin je rekening houdt met ieders belangen en waarin je samen werkt om tot een oplossing te komen waar iedereen zich in kan vinden.
Oudergeleding: Eén van de drie groepen in de medezeggenschapsraad. De oudergeleding bestaat uit ouders die gekozen zijn om in de MR plaats te nemen en vertegenwoordigen de belangen van de ouders van de leerlingen op school. 25% van de MR moet uit ouders bestaan.
Ouderraad: Niet-verplichte raad bestaande uit ouders. De ouderraad komt op voor de belangen van de ouders van leerlingen op school.
Overlegvergadering: De MR vergadert met de overlegpartner (bestuur en/of directie) om antwoorden op vragen te krijgen, informatie uit wisselen, adviezen te bespreken en een standpunt voor te bereiden. Dit noemen we de overlegvergadering. Na de vergadering schrijft de MR zijn instemmings- of advies op en sturen ze de notulen daarvan rond.

P
Passend onderwijs: Hervorming in het onderwijs waardoor alle scholen verantwoordelijk zijn om leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden.
Personeelsgeleding: Eén van de drie groepen in de medezeggenschapsraad. De personeelsgeleding bestaat uit personeel dat gekozen is om in de MR plaats te nemen en vertegenwoordigen de belangen van het personeel op school. 50% van de MR moet uit personeel bestaan.
Personeelsraad: Niet-verplichte raad bestaande uit personeel. De personeelsraad komt op voor de belangen van het personeel op school.
Privacy van leerlingen: De bescherming van persoonlijke gegevens van leerlingen.
Probleem: Een situatie die optreedt als er verschillende belangen zijn waar overeenstemming in moet komen.
Programma voor Toetsing en Afsluiting (PTA): Een document waarin beschreven staat welke regels er gelden rondom de schoolexamens.

R
Raadplegen: De mening vragen van je achterban, de leerlingen op jouw school. Door leerlingen te raadplegen weet je wat zij van bepaalde dingen vinden en wat er speelt op school.

S
Samenwerkingsverband: Samenwerking tussen scholen binnen een regio om alle leerlingen in die regio een passende onderwijsplek te bieden. Scholen binnen een samenwerkingsverband hebben een zorgplicht.
Schoolbegroting: Een overzicht van alle te verwachten inkomsten en uitgaven van de school.
Schoolbestuur: De mensen die de school gesticht hebben. Het schoolbestuur neemt de besluiten in samenspraak met de medezeggenschapsraad. Het schoolbestuur is een andere term voor bevoegd gezag.
Schoolleiding: De directeur (of rector) van de school, vaak bijgestaan door één of meer adjunct-directeuren of locatiedirecteuren (conrectoren). De schoolleiding is verantwoordelijk voor de uitvoering van de plannen en het leiden van de dagelijkse gang van zaken op school.
Schoolondersteuningsprofiel: Hierin staat welke ondersteuning de school zijn leerlingen wel of niet kan geven. Ook staat erin voor welke leerlingen de school in de toekomst wel extra ondersteuning wil geven.
Secretaris: Lid van de medezeggenschapsraad die zorgt voor het vastleggen van alle zaken en ervoor zorgt dat iedereen de notulen op tijd ontvangt.
Sociale veiligheid: Het gevoel van bescherming tegen gevaar of dreiging dat veroorzaakt wordt door menselijk handelen.
Speciaal onderwijs: Onderwijs voor leerlingen met een handicap, chronische ziekte of stoornis. Deze leerlingen krijgen in het speciaal onderwijs meer aandacht en ondersteuning dan in het gewone onderwijs.

V
Vacatiegelden: Vergoedingen die leden van de medezeggenschapsraad krijgen voor het bijwonen van vergaderingen.
Vergaderen: Het overleggen met de medezeggenschapsraad over de onderwerpen die door de MR of het schoolbestuur op de agenda worden gezet.
Vergadering: Overleg tussen alle leden van de medezeggenschapsraad. De vergaderingen zijn de officiële momenten waarop besluiten van de MR genomen worden.
Vertegenwoordigen: Praten, beslissen en handelen in naam van iemand anders, in dit geval je medescholieren.
Voorbereiden (onderhandelen): Eerste fase van het onderhandelen. Tijdens deze fase bedenk je wat je standpunt is en wat je minimaal wil bereiken na de onderhandeling.
Voorstel: Een duidelijk en concreet plan dat anderen kunnen goedkeuren of afkeuren.

W
Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS): De wet die scholen verplicht stelt om een medezeggenschapsraad te hebben. In deze wet staat hoe een MR is opgebouwd en welke rechten een MR heeft.

Z
Zorgplicht: De verantwoordelijkheid die alle scholen hebben om leerlingen de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben. Als een school niet de juiste ondersteuning kan bieden, moet er een passende onderwijsplek gevonden worden binnen de regio waar deze ondersteuning wel geboden kan worden.

?

Wanneer maak ik schoolexamens?

Voor al je examenvakken maak je schoolexamens. Schoolexamens worden over het algemeen afgenomen gedurende je examenjaar, en soms ook in het voorlaatste leerjaar. In het Programma voor Toetsing en Afsluiting (PTA), of in een apart examenreglement, geeft jouw school aan hoe zij de schoolexamens afnemen en wat je per vak moet doen om het af te ronden.

Een klein aantal vakken rond je volledig af met schoolexamens. Het gaat dan bijvoorbeeld om je profielwerkstuk, maatschappijleer of ANW. De cijfers die je hiervoor met je schoolexamens haalt, komen in een combinatiecijfer op je eindlijst bij je diploma. Voor sommige vakken krijg je geen cijfer, maar een voldoende of onvoldoende, zoals gym. In de meeste vakken moet je ook centraal eindexamen doen, dan wordt je eindcijfer berekend met je schoolexamencijfer en je eindexamencijfer.

?

Mag je een schoolexamen overdoen bij een te laag gemiddelde in de klas?

Schoolexamens vallen onder de bevoegdheid van het schoolbestuur. Er zijn geen landelijke regels, zoals bij het CSE, die de norm of herkansings-mogelijkheden omschrijven. Misschien heeft jouw school hier een regel over opgenomen in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). We raden je daarom aan om goed het PTA, leerlingenstatuut en de schoolgids te bekijken.

?

Is het staatsexamen makkelijker?

Nee, de centrale examens zijn van hetzelfde niveau. De college-examens – die als je staatsexamen doet en mondeling worden afgenomen – gaan net zo diep op de stof in. De inhoud en de eisen zijn hetzelfde, de vorm verschilt. Ook zijn de exameneisen voor een diploma precies hetzelfde. Het diploma is dus net zoveel waard als een schooldiploma.

Als je niet op een particuliere school of in het speciaal onderwijs zit, dan moet je je vaak individueel voorbereiden op de staatsexamens, zonder school of leraar dus. Dit kan het wel moeilijker maken, maar dit moet je zelf beoordelen en/of hier hulp bij zoeken.

Wat moet je kennen en kunnen per vak? Bekijk de informatie per vak hier. De vakinformatie is het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting) bij de staatsexamens.

?

Moet ik altijd schoolexamens maken op het vavo?

Nee, dat hoeft niet. De vavo stelt voor de kandidaat aan het begin van de cursus een PTA vast. In dat PTA, dat dekkend moet zijn voor het voorgeschreven schoolexamenprogramma, kan zijn vastgelegd dat onderdelen van het eerder afgesloten SE met de daarvoor behaalde cijfers worden overgenomen, en welke onderdelen dat zijn. Die onderdelen worden dus niet opnieuw gedaan. Dat kan zelfs voor het hele SE. Of er kan zijn vastgelegd dat alles over moet en dus niets wordt overgenomen. De school beslist wat overgedaan moet worden. Wat dus niet mag, is iets (een heel SE of een stukje daarvan) opnieuw doen en dan het hoogste van beide resultaten kiezen. Voor gezakte en doublerende kandidaten op dagscholen geldt overigens dezelfde regel.

?

Wanneer mag ik worden uitgesloten van de centraal examens?

Soms worden scholieren uitgesloten van het centraal examen. Dat mag niet zo maar.

Wanneer mag uitsluiten van het examen wel?

Een school kan een leerling terugtrekken en/of uitsluiten van het centraal examen in de volgende gevallen:

  • Als je duidelijk aangeeft dat je dat zelf wil (en met toestemming van ouders/verzorgers als de leerling jonger is dan 18 jaar)
  • als de leerling het programma van toetsing en afsluiting (pta) nog niet volledig heeft afgerond en het is niet mogelijk dat PTA op korte termijn in te halen. (na aanvang van het eerste tijdvak, doch uiterlijk drie dagen vóór aanvang van een volgend tijdvak (2e of 3e tijdvak) af te ronden bijvoorbeeld in geval – van ziekte of andere omstandigheden buiten leerling (artikel 32, derde lid, Eindexamenbesluit VO)
  • bij een ‘onregelmatigheid’ zoals plagiaat, spieken, afwezigheid zonder geldige reden bij schoolexamen en/of centraal examen, niet voldoen aan een deadline voor het profielwerkstuk of sectorwerkstuk zonder geldige reden, etc.  Ook aanwezigheid is een eis waaraan je moet voldoen. Voor LO geldt vaak een aanwezigheidsplicht. Als je spijbelt kan dus je PTA als onvoldoende worden beschouwd en mag je worden uitgesloten.
  • (omschreven in artikel 5 Eindexamenbesluit VO). Uitsluiten van het centraal examen is één van de vier te kiezen maatregelen die een schooldirecteur kan nemen

Hierbij gelden alle regels die horen bij artikel 5 Eindexamenbesluit VO, zoals de beroepsmogelijkheid en kennisgeving aan de inspectie.

Wanneer mag uitsluiten van een examen niet?

Een school mag een leerlingen niet uitsluiten van het centraal examen of terugtrekken in de volgende gevallen:

  • als de leerling slechte resultaten heeft behaald, terwijl hij wel het volledige pta heeft afgerond.  Ook met een 3 voor Nederlands (of een ander vak) mag je dus gewoon op examen!
  • op basis van voorwaardelijke bevordering (bijvoorbeeld na zomerschool) naar het laatste leerjaar. Voorwaardelijke toelating tot het laatste leerjaar is niet toegestaan ( artikel 12, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO) Scholen geven soms contracten aan leerlingen waarin de leerlingen rare belofte moeten doen. Let daar op. Heb je een voorwaardelijk contract met school getekend? Neem contact op met het LAKS!

Wanneer je dus een onvoldoende hebt op bijvoorbeeld je profielwerkstuk of één of meer van je vakken, mag de school je niet uitsluiten. Zelfs wanneer je een contract hebt getekend waarin staat dat je aan bepaalde eisen moet voldoen (bijvoorbeeld maximaal 1 onvoldoende staan) voordat je aan je examen mag deelnemen. Zo’n contract mag namelijk helemaal niet volgens de wet. In artikel 12 van het Inrichtingsbesluit VO staat namelijk het volgende:

Word je wel uitgesloten van je centraal examen? Neem dan gelijk contact met ons op!  Ook willen docenten en mentoren nog wel eens dreigen met uitsluiting. Dit is ook niet de bedoeling. Bel het LAKS als dit gebeurt, dan bellen wij (anoniem) je school om ze toe te spreken.

In onderstaand filmpje wordt dit onderwerp ook besproken:

Kortom: Als een leerling is toegelaten tot het laatste jaar, stelt de directeur de leerling in de gelegenheid een eindexamen af te leggen (artikel 29, eerste lid, WVO en artikel 2, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO). Lees deze pagina van de Inspectie van het Onderwijs.

?

Wanneer ben ik geslaagd voor mijn eindexamen vwo?

Je bent dit jaar (2018-2019) geslaagd als:

  • Het gemiddelde van al je centraal examencijfers 5,5 of hoger is (tel al je centraal examencijfers bij elkaar op en deel dit door het aantal centrale examens die je hebt gedaan). Met een gemiddelde van 5,4999 of lager ben je gezakt. Let op: de rekentoets telt niet mee voor het gemiddelde voor je centraal examens.
  • Bij je eindcijfers in het rijtje Nederlands, Engels, wiskunde niet meer dan één 5 voorkomt (dus één 5 en verder 6 of hoger of alle drie 6 of hoger). Dit is de zogenaamde kernvakkenregel.
  • Je eindcijfers ook aan de volgende eisen voldoen:
    – Al je eindcijfers zijn 6 of hoger, of
    – Je hebt één 5 en al je andere eindcijfers zijn 6 of hoger, of
    – Je hebt één 4 en al je andere eindcijfers zijn 6 of hoger én het gemiddelde van al je eindcijfers is ten minste 6,0 of
    – Je hebt twee 5-en of één 5 en één 4 en al je andere eindcijfers zijn 6 of hoger én het gemiddelde van al je eindcijfers is ten minste 6,0.
    – Geen eindcijfer is 3 of lager.
  • De vakken ckv en lichamelijke opvoeding ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn.
  • Je de rekentoets hebt gemaakt. Het cijfer telt niet mee maar komt wel op je eindlijst. Ook kan het cijfer gebruikt worden als je cum laude probeert te slagen.

Let op: om te slagen moet je dus aan alle vijf de eisen voldoen! Als je aan één van de eisen niet voldoet, ben je gezakt.

Hoe wordt je eindcijfer berekend?
Het eindcijfer van een vak is het gemiddelde van het schoolexamencijfer (SE) en het centraal examencijfer (CE), afgerond op een geheel cijfer. Als het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, wordt het eindcijfer naar beneden afgerond. Een 5,49 is dus een 5. Als het eerste cijfer achter de komma een 5 of hoger is, wordt het eindcijfer naar boven afgerond. Een 5,50 is dus een 6. Als er voor een vak geen centraal examen is, dan is het cijfer van het schoolexamen ook het eindcijfer.

Wanneer telt wiskunde mee voor de kernvakkenregel?
In het rijtje vakken voor de kernvakkenregel staat wiskunde genoemd. Dit kan zijn: wiskunde A, wiskunde B of op het vwo ook wiskunde C. Het vak wiskunde D telt niet mee voor de kernvakkenregel.

Het combinatiecijfer. Wat is dat?
Het combinatiecijfer is het gemiddelde van een aantal ‘kleine’ vakken. Voorbeelden zijn maatschappijleer, het profielwerkstuk, algemene natuurwetenschappen op het vwo en een aantal keuzevakken. Deze vakken hebben alleen een schoolexamen en geen centraal examen. Welke onderdelen meewegen in het combinatiecijfer legt de school vast in het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting (PTA). Het combinatiecijfer weegt niet mee bij de berekening van het gemiddelde van de centraal examencijfers (dat ten minste een 5,5 moet zijn). Het combinatiecijfer mag geen 3 zijn. Ook de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer mogen geen 3 bevatten.

Doe je examen in een extra vak?
Je kunt niet zakken op een onvoldoende voor een extra vak. Ook na je examens kan je een extra vak nog laten vallen.

?

Kan ik een extra herkansing krijgen omdat ik ziek ben (geweest)?

Voor de schoolexamens stelt jouw school zelf regels op. Deze regels kan je vinden in het programma van toetsing en afsluiting (PTA) en in het examenreglement van jouw school. Als je deze stukken opvraagt kun je daarin opzoeken wat de regels rondom herkansingen bij ziekte in het algemeen zijn en in bijzondere gevallen.

De regels voor herkansingen van de centrale examens zijn landelijk vastgesteld (zie Examenbesluit artikel 45). Als jij met een geldige reden afwezig bent bij je examen, dan kan jouw school een inhaalmoment voor je aanvragen bij de Inspectie voor het Onderwijs. Als dit toegekend wordt, dan zal dit hoogstwaarschijnlijk in het tweede tijdvak zijn. Als het nodig is, dan kan de herkansing ook nog plaatsvinden in het derde tijdvak.

?

Waar vind ik de regels over toetsen?

Een school mag zelf regels opstellen voor toetsing en beoordeling. Deze regels nemen zij op in het PTA (Programma voor Toetsing en Afsluiting). Op 1 oktober van het nieuwe schooljaar moet er een nieuw, geldig PTA liggen. Vanaf 1 oktober kunnen leerlingen zich dan beroepen op dit PTA. Voor 1 oktober vinden er meestal geen schoolexamens plaats, dus is het PTA dan niet zo van belang.