STANDPUNTEN
Zoek alfabetisch:
Zoek op trefwoord:
Toetsing
ExamensDe examens zijn de kans voor de scholier om te bewijzen wat hij of zij geleerd heeft. Hierbij is het LAKS voor een stelsel met schoolexamens en het centrale examen. Door op verschillende momenten te toetsen kun je voorkomen dat het examen slechts een momentopname is. Het centraal examen is ook een manier om de kwaliteit van een school te onderzoeken. Het LAKS zou graag zien dat ook de schoolexamens zo veel mogelijk gelijk aan elkaar zijn. Dat betekent bijvoorbeeld voor iedere scholier de zelfde herkansingsmogelijkheden. Iedere scholier moet dezelfde kansen hebben.
Het LAKS staat neutraal tegenover het idee van gespreid examen doen. Door gespreide examens kan onderwijs op maat gerealiseerd worden en wordt de examendruk minder. We plaatsen echter wel vraagtekens bij de kwaliteit van gespreid examen doen. Met de examens in een korte periode moet de scholier in staat zijn om veel stof in een korte tijd te reproduceren. Volgens het LAKS draagt ook die vaardigheid bij aan het eindexamen.
De invoering van de computerexamens (COMPEX) is een ontwikkeling van de laatste jaren. Het LAKS is niet tegen deze ontwikkeling, maar wil wel dat de invoering geleidelijk verloopt in verband met de vele problemen die kunnen ontstaan. De ICT infrastructuur op school moet goed zijn. Ook moet goed gekeken worden of een computerexamen een verbetering is ten opzichte van het papierenexamen. Alleen dan mag invoering aan de orde zijn.
Onderbouwtoets
Het LAKS is tegen het continu toetsen, om maar zo goed mogelijk de voortgang van de scholier in het oog te houden. De docenten moeten zelf in staat zijn dit te beoordelen. Bovendien is een nationale toets een momentopname waar de leerling druk heeft om te presteren.
Een voorgestelde jaarlijkse peiling gaat nog verder dan één centrale toets. Het is aan de school om, desgewenst middels een toets, de voortgang bij te houden: een nationale toets draagt hier niets aan bij.
Eindtoets basisschool
Het LAKS staat negatief tegenover het verplichten van eindtoetsen op de basisscholen, vanwege het toevoegen van extra gewicht dat hiermee gepaard gaat. De toets zou laat in het jaar moeten plaatsvinden: de extra verkregen tijd wordt nu beter benut, waardoor de basisscholen hun leerlingen beter kunnen voorbereiden op de middelbare school.
Transparantie
Scholen en de overheid moeten transparant zijn. Deze transparantie is belangrijk omdat scholen veel vrijheid hebben om het onderwijs in te vullen. Ze moeten aan de maatschappij kunnen verantwoorden wat ze met hun geld doen, ook zodat leerlingen en ouders een goede keuze voor een school kunnen maken.Toch moet hiermee worden opgepast. Cijfers zeggen vaak niet alles en aan cijfers alleen moet geen waarde worden gehecht. De achtergrond van de cijfers kent een grotere waarde dan de cijfers zelf. Daarnaast staat eerlijkheid wel boven transparantie: liever geen openheid van zaken dan een niet kloppend en dus misleidend beeld.
Scholen zouden zaken als de hoeveelheid bevoegde docenten, de gegeven onderwijstijd, de financiën, de tevredenheid van ouders en scholieren, de leerling/docentratio en dergelijke goed en duidelijk moeten uiten. De overheid en de sectororganisaties spelen hier ook een rol bij daar als overkoepelende organisatie te fungeren.
Tweede Fase
De huidige tweede fase is de inhoudelijke kant van de bovenbouw van het HAVO en het VWO.Het LAKS staat niet per definitie negatief tegenover het idee de huidige vier profielen tot een tweetal (alfa en bèta) terug te brengen. Hierdoor moet een verschil beter zichtbaar worden. Wel moet kunnen worden gegarandeerd dat het aanbod in keuzevakken niet mag versmallen. Een ander gevaar is dat door samenvoeging scholieren, tegen het beleid van de overheid in, meer alfaprofielen kiezen.
De Tweede Fase zou een periode moeten worden van specialisatie.


