STANDPUNTEN

A  B  D  E  F  H  I  K  L  M  O  P  S  T  U  V  Z 



Docenten

Een school staat of valt met de kwaliteit van docenten die blijven bijleren. Dit begint bij de opleiding. Het LAKS meent dat alle docenten in het bezit moeten zijn van een lesbevoegdheid, waardoor docenten bekwaam zijn. Indien dit niet het geval is moet de docent afspraken met de school maken om de bevoegdheid binnen twee jaar te halen.
Het principe van ‘een leven lang leren’ moet ook tijdens de loopbaan voortgezet worden. Voor scholing moet een ruim budget beschikbaar blijven. Ook zijn voldoende functioneringsgesprekken belangrijk. Het LAKS pleit daarom voor periodieke evaluaties waaraan leerlingen, direct of indirect, een substantiële bijdrage leveren.

Nog een manier om te zorgen dat het docentschap aantrekkelijk is, is dat het salaris redelijk is. Het salaris van docenten moet omhoog om te zorgen dat de juiste mensen les willen geven en niet wegtrekken naar het bedrijfsleven. Aandacht is vooral nodig voor een stijging van het salaris tijdens de loopbaan. Het mag niet zo zijn dat managementtaken altijd nodig zijn voor een hoger salaris. Dit kan ook bijdragen aan het verhelpen van het leraartekort.

Differentiatie van het salaris hoort hierbij: een beter salaris voor moeilijker werk is niet meer dan logisch. Tevens mag zwaarder werk beloond worden. Onderzocht moet worden of lesgeven in achterstandswijken meer kan opleveren. Daarbij moet er een mogelijkheid voor bijscholing gecreëerd worden ter ondersteuning van minder goed presenterende leraren, zodat zij de mogelijkheid krijgen hun functioneren te verbeteren.

Beoordeling docenten door leerlingen
Het LAKS is van mening dat zorgvuldige beoordeling nodig is. Leerlingen kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Middels het invullen van een enquête kan een goed beeld van worden gegeven. Op steeds meer scholen gebeurt dit al. Bij het voeren van functioneringsgesprekken kan gebruik gemaakt worden van deze evaluaties. Daarnaast stimuleert het LAKS deelname van scholieren aan sollicitatiegesprekken.

Doorstroom binnen de middelbare school

Veel scholieren hebben niet direct de mogelijkheid om op het juiste niveau van onderwijs te beginnen. Daarom is het LAKS van mening dat iedere scholier de mogelijkheid moet krijgen om door te kunnen stromen binnen het voortgezet onderwijs.

De meeste doorstroom moet gegenereerd worden in de onderbouw van het voortgezet onderwijs maar het moet absoluut mogelijk zijn diploma’s te stapelen na het eindexamen. Zo krijgt iedere leerling de mogelijkheid om zijn of haar talenten te ontwikkelen. Het LAKS spreekt zich om die reden nadrukkelijk uit tegen het stellen van aanvullende eisen om diploma’s te stapelen om automatische toegang tot het volgende niveau te realiseren. Het LAKS pleit voor nationale maatregelen die het stellen van doorstroomeisen voorkomen. Indien sprake is van doorstroom zonder het behalen van een diploma zijn extra eisen logisch. De scholier wordt om een extra inspanning gevraagd; het LAKS verwacht dat de school de scholier te allen tijde blijft steunen.

Zomerscholen of andere mogelijkheden om scholieren kennis bij te spijkeren moeten aangeboden worden. Zeker moet voorkomen worden dat scholen scholieren afhouden als het slaagpercentage in gevaar komt. Doubleren op het hogere niveau mag dan ook geen probleem zijn.

Doorstroom van de basisschool naar de middelbare school

Het is belangrijk dat basisschoolleerlingen goed op hun plek komen in het voortgezet onderwijs. Op de basisschool weet de leraar het beste wat een scholier aankan. Het LAKS vindt daarom dat het advies van de leraar zwaarder moet tellen dan een eindtoets. Een eindtoets is slechts een momentopname en daarom mag deze nooit een reden zijn voor een schooladvies. Ook middelbare scholen zouden enkel op basis van het gehele advies mogen selecteren en niet enkel op de resultaten van een eindtoets.

Verder moet ervoor gezorgd worden dat leerlingen met vergelijkbare kwaliteiten op hetzelfde schooltype terecht komen. Regionale verschillen moeten streng bestreden worden. Ook moet de brugklas ruimte bieden om door te stromen, selectie hoeft pas op te treden in de tweede of derde klas zodat leerlingen meer kansen krijgen om het maximaal haalbare te bereiken.

Doorstroom van de middelbare school naar het hoger onderwijs en MBO

De aansluiting van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs verloopt vaak stroef. Op dit moment is er een te hoog percentage studenten dat in het eerste jaar uitvalt door verkeerde studiekeuze. Ook vallen er veel scholieren uit tussen de middelbare school en de vervolgopleiding.
Het LAKS is van mening dat scholen de verantwoordelijkheid voor loopbaanoriëntatie op zich moeten nemen zodat leerlingen direct een goede keuze en een goede start kunnen maken.

Het is belangrijk dat er niet alleen voorlichting en informatie over vooropleidingen wordt gegeven, maar dat scholieren intensief begeleid moeten worden met het maken van een definitieve keuze. Het confronteren van de uitvalpercentages van de oud-leerlingen aan de middelbare scholen kan een eerste stap zijn om dit te bewerkstelligen.

De overgang naar het mbo is voor veel leerlingen erg lastig en veroorzaakt veel uitval. Dat komt mede door een slechte aansluiting van de lesstof. Het vmbo en het mbo moeten beter op elkaar afgestemd worden door middel van een doorlopende leerweg. Het is belangrijk om voor een goede overdracht van leerlingendossiers te zorgen zodat meer leerlingen met een startkwalificatie het mbo verlaten. Op langere termijn moet de samenwerking leiden tot vmbo-mbo scholen.

Een andere reden voor het hoge uitvalpercentage is dat het voor scholieren niet altijd duidelijk is wat de vervolgopleiding inhoudt. Het LAKS zou graag zien dat er meer energie wordt gestoken in de studiekeuzebegeleiding. Dit in de vorm van betere persoonlijke begeleiding, voorlichtingen keuzemodules en stages. Onafhankelijke studiekeuze-informatie voor vmbo’ers is erg belangrijk.

Selectie aan de poort
Het hoger onderwijs stroomt vol, daardoor gaan steeds meer vervolgopleidingen selecteren op excellente studenten. Op steeds meer opleidingen in het hoger onderwijs ‘matching’ of numerus fixus ingevoerd. Bij matching kijkt de opleiding naar de motivatie van de scholier en of het profiel van de scholier in de opleiding past, bij numerus fixus wordt er enkel geloot op basis van eindcijfers.

Het LAKS staat negatief tegenover numerus fixus, scholieren die op latere leeftijd tot bloei komen worden op deze manier nooit toegelaten tot bepaalde opleidingen. Het LAKS staat neutraal tegenover matching, het is goed dat scholieren moeten motiveren waarom ze een bepaalde opleiding willen doen. Zo wordt er beter nagedacht over het keuzeproces. Wel is het bij matching belangrijk dat wanneer een scholier niet wordt toegelaten deze wel wordt doorverwezen naar een opleiding die mogelijk wel past.

Aanmelddatum Hoger Onderwijs
Het LAKS ziet graag dat de uiterste inschrijfdatum vlak na de eindexamens plaatsvindt. Laatkiezers vallen laat uit. Op deze manier komt er ook meer druk op de laatkiezende scholieren om met studiekeuze bezig te zijn; zij vallen vaak uit. Ook de middelbare school krijgt meer verantwoordelijkheid.