STANDPUNTEN
Zoek alfabetisch:
Zoek op trefwoord:
Autonomie
Scholen moeten een bepaalde autonomie hebben. Over een aantal onderwerpen kan juist de school het beste een beslissing nemen en moet daarin dan ook door de overheden zo vrij mogelijk worden gelaten. Het gaat hierbij voornamelijk om schoolgebonden zaken. Wat bijvoorbeeld de invulling is van het lestijd op een school, is afhankelijk van de cultuur op en de onderwijsvisie van een school. Zogezegd bepaalt de overheid ‘wat’ scholieren moeten leren, en vullen scholen het ‘hoe’ in.Dit is echter erg zwart-wit. Het is wel belangrijk dat de overheid enkele kaders stelt waaraan scholen, binnen hun autonome ruimte, moeten voldoen. Zo vindt iedereen dat er een aantal basisvoorwaarden zijn voor lestijd die landelijk vastgesteld kunnen worden en dat ‘ophokuren’ hier geen onderdeel van zijn.
Daarnaast heeft de school bij het nemen van beslissingen ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Zoals op landelijk niveau er altijd geluisterd wordt naar alle belanghebbenden en alle beslissingen door diverse instanties zoals het parlement gecontroleerd worden, moeten scholen een aantal zaken ook goed regelen.
Ten eerste moet ook de school luisteren naar en serieus in gesprek zijn met belanghebbenden, dus de leerlingen en ouders. Ten tweede vraagt autonomie om transparantie. Scholen moeten eerlijk zijn over hoe ze het onderwijs inrichten, beslissingen nemen en het gebruik van de beschikbare middelen. Tot slot pleit autonomie voor een degelijke inspectie vanuit overheidswege. Scholen moeten dus wel voldoen aan de gestelde basisvoorwaarden, én aan de hierboven genoemde voorwaarden.
De overheid en de politiek hebben hierbij nog een andere taak. Vaak legt de overheid, onder invloed van politieke belangen, scholen toch een aantal zaken op die geheel of ten dele vanuit het rijk zijn vastgesteld. Een goed voorbeeld hiervan is de verplichte maatschappelijke stage. Men moet wel consequent zijn: als er vanuit de hierboven beschreven principes autonomie aan scholen gegeven wordt, dan is het onwenselijk dat er vervolgens bij een aantal onderwerpen van deze principes afgeweken wordt omdat dit goed past binnen het eigen politieke kader. (Zie ook ‘transparantie’)
Bijzonder onderwijs
Het algemeen bijzonder onderwijs kent veel verschillende vormen. Het LAKS vindt het noodzakelijk dat op alle scholen, dus ook in het bijzonder onderwijs, evenveel aandacht wordt gegeven aan verschillende levensbeschouwelijke visies en stromingen.Het LAKS is de mening toegedaan dat het bijzonder onderwijs leerlingen zonder een probleemgeschiedenis zou moeten accepteren. De enige eis die gesteld mag worden is dat leerlingen de grondslag van de school respecteren. Immers, elke leerling moet zo veel mogelijk de kans krijgen om in zijn of haar directe omgeving naar school te gaan.
Brede school
Extra activiteiten na school kunnen een goede aanvulling vormen op de sfeer en het schoolklimaat. De brede school is bovendien een goede manier om de school sterker met de leerlingen, de ouders en de omgeving, waaronder het bedrijfsleven, te verbinden.Docenten
Een school staat of valt met de kwaliteit van docenten die blijven bijleren. Dit begint bij de opleiding. Het LAKS meent dat alle docenten in het bezit moeten zijn van een lesbevoegdheid, waardoor docenten bekwaam zijn. Indien dit niet het geval is moet de docent afspraken met de school maken om de bevoegdheid binnen twee jaar te halen.Het principe van ‘een leven lang leren’ moet ook tijdens de loopbaan voortgezet worden. Voor scholing moet een ruim budget beschikbaar blijven. Ook zijn voldoende functioneringsgesprekken belangrijk. Het LAKS pleit daarom voor periodieke evaluaties waaraan leerlingen, direct of indirect, een substantiële bijdrage leveren.
Nog een manier om te zorgen dat het docentschap aantrekkelijk is, is dat het salaris redelijk is. Het salaris van docenten moet omhoog om te zorgen dat de juiste mensen les willen geven en niet wegtrekken naar het bedrijfsleven. Aandacht is vooral nodig voor een stijging van het salaris tijdens de loopbaan. Het mag niet zo zijn dat managementtaken altijd nodig zijn voor een hoger salaris. Dit kan ook bijdragen aan het verhelpen van het leraartekort.
Differentiatie van het salaris hoort hierbij: een beter salaris voor moeilijker werk is niet meer dan logisch. Tevens mag zwaarder werk beloond worden. Onderzocht moet worden of lesgeven in achterstandswijken meer kan opleveren. Daarbij moet er een mogelijkheid voor bijscholing gecreëerd worden ter ondersteuning van minder goed presenterende leraren, zodat zij de mogelijkheid krijgen hun functioneren te verbeteren.
Beoordeling docenten door leerlingen
Het LAKS is van mening dat zorgvuldige beoordeling nodig is. Leerlingen kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Middels het invullen van een enquête kan een goed beeld van worden gegeven. Op steeds meer scholen gebeurt dit al. Bij het voeren van functioneringsgesprekken kan gebruik gemaakt worden van deze evaluaties. Daarnaast stimuleert het LAKS deelname van scholieren aan sollicitatiegesprekken.
Doorstroom binnen de middelbare school
Veel scholieren hebben niet direct de mogelijkheid om op het juiste niveau van onderwijs te beginnen. Daarom is het LAKS van mening dat iedere scholier de mogelijkheid moet krijgen om door te kunnen stromen binnen het voortgezet onderwijs.De meeste doorstroom moet gegenereerd worden in de onderbouw van het voortgezet onderwijs maar het moet absoluut mogelijk zijn diploma’s te stapelen na het eindexamen. Zo krijgt iedere leerling de mogelijkheid om zijn of haar talenten te ontwikkelen. Het LAKS spreekt zich om die reden nadrukkelijk uit tegen het stellen van aanvullende eisen om diploma’s te stapelen om automatische toegang tot het volgende niveau te realiseren. Het LAKS pleit voor nationale maatregelen die het stellen van doorstroomeisen voorkomen. Indien sprake is van doorstroom zonder het behalen van een diploma zijn extra eisen logisch. De scholier wordt om een extra inspanning gevraagd; het LAKS verwacht dat de school de scholier te allen tijde blijft steunen.
Zomerscholen of andere mogelijkheden om scholieren kennis bij te spijkeren moeten aangeboden worden. Zeker moet voorkomen worden dat scholen scholieren afhouden als het slaagpercentage in gevaar komt. Doubleren op het hogere niveau mag dan ook geen probleem zijn.
Doorstroom van de basisschool naar de middelbare school
Het is belangrijk dat basisschoolleerlingen goed op hun plek komen in het voortgezet onderwijs. Op de basisschool weet de leraar het beste wat een scholier aankan. Het LAKS vindt daarom dat het advies van de leraar zwaarder moet tellen dan een eindtoets. Een eindtoets is slechts een momentopname en daarom mag deze nooit een reden zijn voor een schooladvies. Ook middelbare scholen zouden enkel op basis van het gehele advies mogen selecteren en niet enkel op de resultaten van een eindtoets.Verder moet ervoor gezorgd worden dat leerlingen met vergelijkbare kwaliteiten op hetzelfde schooltype terecht komen. Regionale verschillen moeten streng bestreden worden. Ook moet de brugklas ruimte bieden om door te stromen, selectie hoeft pas op te treden in de tweede of derde klas zodat leerlingen meer kansen krijgen om het maximaal haalbare te bereiken.
Doorstroom van de middelbare school naar het hoger onderwijs en MBO
De aansluiting van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs verloopt vaak stroef. Op dit moment is er een te hoog percentage studenten dat in het eerste jaar uitvalt door verkeerde studiekeuze. Ook vallen er veel scholieren uit tussen de middelbare school en de vervolgopleiding.Het LAKS is van mening dat scholen de verantwoordelijkheid voor loopbaanoriëntatie op zich moeten nemen zodat leerlingen direct een goede keuze en een goede start kunnen maken.
Het is belangrijk dat er niet alleen voorlichting en informatie over vooropleidingen wordt gegeven, maar dat scholieren intensief begeleid moeten worden met het maken van een definitieve keuze. Het confronteren van de uitvalpercentages van de oud-leerlingen aan de middelbare scholen kan een eerste stap zijn om dit te bewerkstelligen.
De overgang naar het mbo is voor veel leerlingen erg lastig en veroorzaakt veel uitval. Dat komt mede door een slechte aansluiting van de lesstof. Het vmbo en het mbo moeten beter op elkaar afgestemd worden door middel van een doorlopende leerweg. Het is belangrijk om voor een goede overdracht van leerlingendossiers te zorgen zodat meer leerlingen met een startkwalificatie het mbo verlaten. Op langere termijn moet de samenwerking leiden tot vmbo-mbo scholen.
Een andere reden voor het hoge uitvalpercentage is dat het voor scholieren niet altijd duidelijk is wat de vervolgopleiding inhoudt. Het LAKS zou graag zien dat er meer energie wordt gestoken in de studiekeuzebegeleiding. Dit in de vorm van betere persoonlijke begeleiding, voorlichtingen keuzemodules en stages. Onafhankelijke studiekeuze-informatie voor vmbo’ers is erg belangrijk.
Selectie aan de poort
Het hoger onderwijs stroomt vol, daardoor gaan steeds meer vervolgopleidingen selecteren op excellente studenten. Op steeds meer opleidingen in het hoger onderwijs ‘matching’ of numerus fixus ingevoerd. Bij matching kijkt de opleiding naar de motivatie van de scholier en of het profiel van de scholier in de opleiding past, bij numerus fixus wordt er enkel geloot op basis van eindcijfers.
Het LAKS staat negatief tegenover numerus fixus, scholieren die op latere leeftijd tot bloei komen worden op deze manier nooit toegelaten tot bepaalde opleidingen. Het LAKS staat neutraal tegenover matching, het is goed dat scholieren moeten motiveren waarom ze een bepaalde opleiding willen doen. Zo wordt er beter nagedacht over het keuzeproces. Wel is het bij matching belangrijk dat wanneer een scholier niet wordt toegelaten deze wel wordt doorverwezen naar een opleiding die mogelijk wel past.
Aanmelddatum Hoger Onderwijs
Het LAKS ziet graag dat de uiterste inschrijfdatum vlak na de eindexamens plaatsvindt. Laatkiezers vallen laat uit. Op deze manier komt er ook meer druk op de laatkiezende scholieren om met studiekeuze bezig te zijn; zij vallen vaak uit. Ook de middelbare school krijgt meer verantwoordelijkheid.
Europa
We leven in een wereld waar internationalisering een al maar doorgaand proces is. Het LAKS vindt het belangrijk dat leerlingen op de hoogte zijn van deze ontwikkelingen in de samenleving. Vanuit het oogpunt van de Nederlandse scholier bekeken is er geen aanleiding om deze ontwikkelingen af te remmen of te stimuleren. Wel zijn er op dit gebied veel mogelijkheden tot het interessanter maken van de opleiding en moet uiteindelijk een tussentijdse overstap naar een middelbare school in een andere lidstaat van de Europese Unie mogelijk zijn.Excellentie
Excellente scholieren moeten zo veel mogelijk uitgedaagd worden. Dit kan op veel verschillende manieren, bijvoorbeeld op een Gymnasium of Technasium. Naast deze verrijkende studierichtingen ziet het LAKS ook graag dat er in de lessen vakverdiepende en verbredende opdrachten worden aangeboden. Dit zowel op het vwo als op het havo en het vmbo. Ook ziet het LAKS graag dat excellente scholieren de mogelijkheid hebben om een voortraject van het hoger onderwijs te doorlopen.Tweetalig onderwijs
Bij internationalisering van de samenleving hoort ook internationalisering van het onderwijs. Het tweetalig onderwijs (TTO), waarbij lesgegeven wordt in het Engels of in een andere moderne vreemde taal is hier bij uitstek een voorbeeld van. Voorwaarde hierbij is dat docenten geschoold zijn in deze moderne vreemde taal. Het LAKS ziet dit schooltype als een goede manier om een vreemde taal dieper en beter aan te leren en beschouwt het TTO als één van de vormen om meer uitdaging te bieden (zie Gymnasium). Wel moet er de mogelijkheid blijven bestaan geheel Nederlandstalig onderwijs te volgen.
Gymnasium
Het gymnasium bestaat theoretisch gezien uit het atheneum plus de klassieke talen en lessen in de klassieke cultuur. In de praktijk blijkt vaak dat (vooral categorale gymnasia) op gymnasia scholieren goed kunnen excelleren.
Het LAKS is voor behoud van de gymnasia. Wel twijfelt het LAKS over de vorm. Leerlingen moeten uitgedaagd kunnen worden en verveling moet bestreden worden. Een gebrek aan uitdaging leidt immers tot minder motivatie en uiteindelijk meer schooluitval. Dit betekent ook dat scholen hogere eisen mogen stellen aan gymnasiumscholieren.
Het maatschappelijk succes van het gymnasium moet ondergeschikt zijn aan het uitdagende karakter van de opleiding. Hierbij is het belangrijk dat de invulling van het ‘uitdagende karakter’ aan de school zelf wordt overgelaten.
Het LAKS pleit voor koppeling tussen Grieks en Latijn met KCV. Op deze manier ontstaan twee nieuwe varianten van het oorspronkelijke vak KCV. Ook vind het LAKS dat de proefvertaling in het centrale eindexamen behouden moet blijven. Dit is een van de onderdelen die noodzakelijk zijn om de klassieke talen goed te beheersen.
Fusies
Zorgvuldigheid is essentieel bij een succesvolle fusie. Het LAKS is voor een fusietoets in het voortgezet onderwijs voor fusies op zowel bestuurlijk- als op schoolniveau. In deze fusietoets moeten criteria staan die zijn opgesteld door alle belangenorganisaties binnen het onderwijs. Het ministerie zou bij elke fusie moeten controleren of ze aan alle criteria voldoen. Een fusie mag alleen uitgevoerd worden wanneer alle geledingen hiermee instemmen.”Hersenontwikkeling
Jongeren maken een razende hersenontwikkeling door, zeker tijdens hun middelbare schooltijd. Scholen en andere beleidsmakers dienen hier rekening mee te houden. Vaak is de hersenontwikkeling een reden dat scholieren niet goed presteren, tegen de regels in willen gaan of andere problemen veroorzaken. Het is kortzichtig om alles op ‘irritante, luie en onwillende pubers’ zelf af te schuiven; het schoolsysteem moet voldoende aangepast zijn op de hersenontwikkeling van scholieren.Belangrijke onderwerpen die hieruit volgen zijn organisatorische zaken als de lestijden maar ook didactische zaken als de begeleiding en structuur tijdens het werken. Ook verdient het verschil tussen jongens en meisjes, zeker in het licht van de steeds slechter presterende jongens en beter presterende meisjes, onderwijskundige aandacht.
Het nieuwe leren
Over het Nieuwe Leren wordt veel gezegd. Het LAKS definieert het Nieuwe Leren als een onderwijsvisie waarbij een groter beroep gedaan wordt op de zelfstandigheid van de leerling. Het studiehuis valt hier vanzelfsprekend onder. Het verbieden van deze onderwijsvorm is onwenselijk. Het gaat om het resultaat, niet om het proces. Wel moet er aandacht zijn voor begeleiding: een andere vorm vereist een andere manier van werken bij docenten en leerlingen. Zeker in het begin is meer in plaats van minder begeleiding nodig. Het Nieuwe Leren mag nooit als bezuinigingsmaatregel gebruikt worden.ICT
Op het moment wordt ICT veel gebruikt. Het LAKS is van mening dat het belangrijk is dat er in ICT geïnvesteerd wordt om de ontwikkeling in de samenleving te kunnen bijbenen. Het is daarbij goed om in de gaten te houden dat het gebruik van computers een middel is, en niet een op zichzelf staand doel. Docenten zijn op dit moment onvoldoende geschoold in het gebruik van computers: Docenten moeten een behoorlijke basis krijgen en daarnaast kunnen leerlingen hun docenten ondersteunen in het gebruik van ICT. Het is erg belangrijk dat dit zo snel mogelijk gebeurt om zo de digitalisering van leermiddelen bij te kunnen houden. Het LAKS staat positief tegenover digitale leermiddelen, maar geeft wel aan dat het een duidelijke toegevoegde waarde moet hebben op de gebruikte methode. Daarnaast is het noodzakelijk dat de school altijd een papieren versie van het benodigde lesmateriaal beschikbaar stelt, en dat dit niet enkel digitaal beschikbaar is.Illegaliteit
Elk kind onder de 18 jaar heeft recht op goed onderwijs en is zelfs verplicht dit te volgen, zo ook illegalen van deze leeftijd. Het LAKS is daarom van mening dat zij dezelfde rechten hebben en faciliteiten aangeboden moeten krijgen als gewone leerlingen.Sommige illegalen onder de achttien hebben geen ouders in Nederland. In deze gevallen zou de school structureel een buitengewoon actieve rol moeten spelen om ze zo goed mogelijk te begeleiden om op eenzelfde manier deel te kunnen nemen aan het Nederlandse onderwijs als de reguliere scholier.
Inspraak en medezeggenschap
Leerlingenparticipatie op school is belangrijk. Op iedere school hoort een medezeggenschapsraad te zijn maar dit is volgens het LAKS duidelijk onvoldoende. Er is grote behoefte aan medezeggenschap op ieder niveau. Juist in grote scholengemeenschappen waar de medezeggenschapsraad ver af staat van de leerling is participatie vaak hard nodig. Vaak blijkt dat informele gesprekken een belangrijke aanvulling zijn op het formele systeem.De verplichting van de democratische leerlingenraad op het niveau van de schoollocatie moet daarom het grootste deel van oplossing zijn. Het LAKS pleit voor aanpassing van de wet, gebaseerd op het ‘Vlaams model’ waarbij de school verplicht wordt een leerlingenraad te faciliteren en zo nodig te ondersteunen als meer dan 10% van de leerlingen in een tweejaarlijkse, door de school verzorgde enquête hierom vraagt. Als minder dan 10% erom vraagt moet de school participatie op een andere manier bewerkstelligen. Het is niet nodig om deze raad meer dan adviesbevoegdheden te geven. Deze lokale en toegankelijke vorm van participatie vormt puur doordat zij bestaat al een essentiële aanvulling op de formele medezeggenschapsraad. Ook moet een leerlingenraad recht hebben op financiële ondersteuning vanuit de lumpsum en de vrijwillige ouderbijdrage.
Transparantie
Scholen en de overheid moeten transparant zijn. Deze transparantie is belangrijk omdat scholen veel vrijheid hebben om het onderwijs in te vullen. Ze moeten aan de maatschappij kunnen verantwoorden wat ze met hun geld doen, ook zodat leerlingen en ouders een goede keuze voor een school kunnen maken.
Toch moet hiermee worden opgepast. Cijfers zeggen vaak niet alles en aan cijfers alleen moet geen waarde worden gehecht. De achtergrond van de cijfers kent een grotere waarde dan de cijfers zelf. Daarnaast staat eerlijkheid wel boven transparantie: liever geen openheid van zaken dan een niet kloppend en dus misleidend beeld.
Scholen zouden zaken als de hoeveelheid bevoegde docenten, de gegeven onderwijstijd, de financiën, de tevredenheid van ouders en scholieren, de leerling/docentratio en dergelijke goed en duidelijk moeten uiten. De overheid en de sectororganisaties spelen hier ook een rol bij daar als overkoepelende organisatie te fungeren.
Internationalisering
De wereld internationaliseert steeds verder en verder. Veel scholieren gaan in het (voor)examenjaar op reis met school naar het buitenland. Vanuit de scholier gezien is er nog geen directe aanleiding om deze ontwikkeling te stimuleren of af te remmen. Daarnaast is het goed voor allerlei onderwijsinstellingen om van buitenlandse onderwijsinstellingen te leren. Bij een internationale wereld hoort de scholier ook een goede kennis van Engels en een eventuele tweede moderne vreemde taal te hebben.Uitwisseling
Het is goed voor scholieren om in aanraking te komen met andere, verschillende culturen. Deze verbreding van het onderwijsprogramma moet gestimuleerd worden. De mogelijkheid om met andere scholieren en culturen in contact te treden moet een belangrijk onderdeel zijn van een uitwisseling.
Klachtenregeling
Door de groeiende autonomie van scholen worden leerlingen steeds meer afhankelijk van beslissingen die de school over hun toekomst maakt. Scholen zijn vrij om te besluiten over het geven onderwijsaanbod, regels rondom toetsing en de gerealiseerde onderwijskwaliteit.Deze besluiten brengen vaak problemen met zich mee waar leerlingen en ouders geen raad mee weten omdat de klachtenregeling slecht beschikbaar en bereikbaar is. Het LAKS pleit daarom voor goede informatie over de klachtenregeling en het instellen van een gemeenschappelijke klachtencommissie voor alle middelbare scholen. Ook moet het in de praktijk mogelijk zijn dat men nog een geschil met de oude school kan laten behandelen, terwijl men op een nieuwe school staat ingeschreven.
Klassengrootte
Persoonlijke aandacht is essentieel. Het LAKS streeft naar een wettelijk maximum van 25 leerlingen per klas in te voeren. Waardoor de individuele aandacht van de leerling wordt gegarandeerd. Zo moet ook voorkomen worden dat een school meer leerlingen aanneemt danze kan herbergen. Het LAKS vindt dat een school verplicht de gegevens over leerlingaantallen, onderwijsondersteunend personeel en onderwijspersoneel moet aangeven. Deze aantallen moeten ook worden opgenomen in de kwaliteitskaart die uitgegeven wordt door de inspectie. Het LAKS is van mening dat de overheid meer geld zou moeten vrijmaken, zodat onderwijs persoonlijk blijft.
Kwaliteitszorg
In de ideale vorm van onderwijs is er een transparante communicatie over de kwaliteit van het onderwijs. Er moet naar en mét alle betrokken partijen (ouders, leerlingen, docenten) gepraat worden over het onderwijs. Leerlingen zijn in staat om te kijken naar de kwaliteit van docenten en moeten betrokken worden bij het aanstellen van docenten door bijvoorbeeld aanwezigheid in sollicitatiegesprekken. Naast de kwaliteit van de docenten moeten leerlingen ook ondervraagd worden over de algehele werksfeer op school.Leerlingenraad
Het is erg belangrijk dat de inspraak op scholen geregeld wordt. In het ideale onderwijs is het belangrijk dat de keuze voor een vorm van medezeggenschap afgestemd wordt op de behoefte van de leerlingen. Een leerlingenraad kan in het voordeel van de school werken als de leerlingen gemotiveerd zijn en er daadwerkelijk geluisterd wordt naar de mening van de scholier! Om de leerlingen de mogelijkheid te geven een leerlingenraad op te richten is het van belang dat dit in een wet wordt vastgelegd. Hierdoor worden de leerlingen beschermd en zijn ze altijd in staat om een leerlingenraad op te richten.Leerlingenzorg
In de ideale vorm van onderwijs is er een transparante communicatie over de kwaliteit van het onderwijs. Er moet naar en mét alle betrokken partijen (ouders, leerlingen, docenten) gepraat worden over het onderwijs. Leerlingen zijn instaat om te kijken naar de kwaliteit van docenten en moeten betrokken worden bij het aanstellen van docenten door bijvoorbeeld aanwezigheid in sollicitatiegesprekken. Naast de kwaliteit van de docenten moeten leerlingen ook ondervraagd worden over de algehele werksfeer op school.Leerplicht
Leerplicht is belangrijk om scholieren te beschermen tegen zichzelf. Leerlingen zijn op een leeftijd van veertien jaar zijn niet verantwoordelijk genoeg om zélf de keuze te maken of zij naar school gaan of niet. Door middel van de leerplicht wordt echter de leerling niet optimaal beschermd. Diplomaplicht in combinatie met leerplicht is daarom beter. Alle leerlingen moet met een startkwalificatie van school af komen zodat zij een basis hebben voor de arbeidsmarkt. Deze diplomaplicht in combinatie met leerplicht geeft leerlingen een stimulans voor een vervolgopleiding, ze zijn immers al halverwege.Lesmethoden
Er zijn veel verschillende scholen met even veel verschillende lesmethoden. Het ideale onderwijs heeft een combinatie van verschillende lesmethoden en werkvormen die afwisselend gebruikt worden. Het is echter wel belangrijk dat een school (in overleg met leerlingen en docenten) voor een aantal werkvormen kiest en deze consequent toepast zodat de leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Een lesmethode moet aantrekkelijk zijn voor de leerling; het moet je aanzetten tot leren.Zolang er geen problemen zijn omtrent de structuur van de lessen, mag de leraar zijn eigen lesvorm toepassen, mits deze consequent gehandhaafd wordt.
Lessen
De interdisciplinaire (vakoverstijgende) benadering van vakken is goed, maar heeft beperkingen. Het LAKS ziet liever vakoverstijgend onderwijs in een projectmatige verplichting (waarbij een bepaald percentage van het onderwijs in projectvorm gegeven moet worden) dan en onafgestemde verplichte vakoverstijgende elementen in elk vak. Ook zien wij liever meer vakoverstijgende benadering bij profiel- en keuzevakken dan bij het gemeenschappelijke deel.Lessen zijn uitdagend en inspirerend. De lesmethode sluit aan bij de school en is in overleg met ouders en leerlingen vastgesteld.
De vakken ANW en CKV worden te vaak door leerlingen overbodig of oninteressant
bevonden. Daarom moet het verbeteren van de methodes gestimuleerd worden zodat de vakken interessanter en relevanter worden gemaakt.
Het is van belang dat het vak maatschappijleer meer verdiepend wordt ingericht. Het vak zou veel elementen uit de vakken filosofie en levensbeschouwing in zich moeten dragen.
Management in het onderwijs
Het LAKS is van mening dat geld voor het primaire proces de beste resultaten levert, daarom is het belangrijk dat de overheid de managementuitgave van scholen begrenst door een maximum aan uitgaven voor overhead en management in te stellen. De hoogte van deze uitgaven moet op de kwaliteitskaart van de inspectie vermeld staan. Een school hoeft niet altijd klein te zijn, maar moet geen onderdeel zijn van dure bestuurlijke verbanden.Onderbouw
Het LAKS vindt dat de onderbouw vooral ruimte zou moeten bieden aan het voltooien van de basiskennis. Het is namelijk de oriëntatiefase voor een sector- of profielkeuze. Deze verbreding kent echter wel grenzen: reken- en taalvaardigheden verdienen prioriteit; de focus zal daarom gericht zijn op de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Daarnaast is het van het grootste belang dat een basis voor de natuurwetenschappelijke kennis gelegd wordt. Een dergelijke opzet waarborgt dat men in de bovenbouw aan verdieping toekomt, en voorkomt dat er een teveel aan kleine, gemeenschappelijke vakken word gecreëerd. Bovendien is het in het belang van de leerling om structueel aandacht te besteden aan persoonlijke ontwikkeling.Onderwijstijd
Het LAKS constateert dat een verplicht aantal lesuren niet leidt tot het waarborgen van kwalitatief goed onderwijs. Door een fixatie op de lesurennorm gaan scholen dwangmatig diverse nutteloze maatregelen nemen om de norm te halen. Hierbij vergeten scholen echter te vaak hun onderwijskundige taak en dit gaat ten koste van goed onderwijs en motivatie van scholieren. Dit moet hoe dan ook voorkomen worden. Het aantal gegeven lesuren is minder belangrijk dan de kwaliteit daarvan, mits de onderwijsprestaties op peil blijven.Daarom moet er een bandbreedte komen, waarin scholen zelf kunnen beslissen hoeveel uur les ze geven. Hierbij dienen scholen rekening te houden met de eigen visie op onderwijs, de beschikbare middelen en vooral ook de mening van leerlingen en ouders. Er zijn dus wel minimum- en maximumeisen over het aantal te geven onderwijsuren. Duidelijk is dat het gemiddelde van deze bandbreedte lager ligt dan de huidige urennorm. Op deze manier wordt er het beste recht gedaan aan elke individuele scholier en grootschalige problemen als de “ophokuren” voorkomen.
De zogenaamde ‘horizontale dialoog’, waarbij scholen verplicht praten met leerlingen en ouders over de kwalitatieve invulling van de lessen, is hierbij van groot belang. Scholieren zijn vanzelfsprekend ervaringsdeskundigen en weten wat ‘inspirerend en uitdagend’ onderwijs is. Wel moet deze ‘dialoog’ goed vastgelegd worden, opdat scholen dit daadwerkelijk serieus oppakken.
De serieus te nemen inspraak over de invulling van de lessen is een voorwaarde van de filosofie dat de overheid hiervoor slechts brede kaders aangeeft en scholen vrijlaat. Een tweede voorwaarde is hoogstaand inspectietoezicht en de overheid kan hier een belangrijke rol bij spelen door het budget voor scholen te verhogen of scholen anderszins in de gelegenheid te stellen ‘uitdagend en inspirerend’ onderwijs te verschaffen.
Rol Onderwijsinspectie
In Nederland rekenen we scholen af op slagingspercentages, doorstroomcijfers, en andere wiskunde. Het is onwenselijk dat de Inspectie naar iedere school gaat en aan de hand van een in Den Haag bepaald beeld over ‘onderwijs’ de school beoordeelt, zoals voorheen het geval was. Scholen moeten de vrijheid hebben om in hun eigen filosofie en in gesprek met leerlingen en ouders het onderwijs in te vullen.
Scholieren hebben echter wel recht op kwalitatief hoogstaand onderwijs, ook als de slagingspercentages hoog zijn. Daarom moet de Inspectie veel meer naar scholen toe gaan en met leraren, leerlingen en ouders praten. Niet om meteen vanuit een bemoeizuchtige rol de school af te straffen. Wel om de school te beoordelen en te helpen zichzelf te ontwikkelen, te kijken wat de tevredenheid van scholieren over hun onderwijs is. Landelijk kan er wel vastgesteld worden wat de basisvoorwaarden voor onderwijs zijn. Deze sluiten ‘ophokuren’ volgens het LAKS uit.
Een aantal zaken die de Inspectie op schoolniveau moet meenemen zijn de tevredenheid van scholieren, bijvoorbeeld middels onderzoeken, en de uitgevoerde horizontale dialoog. Bij dit laatste gaat het niet alleen om het formele aspect, dus bijvoorbeeld contact met de medezeggenschapsraad, maar ook om het informele.
Ook moet de Inspectie signalen van scholieren serieus nemen en moet het LAKS scholieren motiveren om klachten over hun onderwijs te melden bij de Inspectie, of zorgen voor een doorgeefluik tussen klacht en Inspectie in.
Overgang basis- naar middelbareschool
Het is belangrijk dat basisschoolleerlingen goed op hun plek komen in het voortgezet onderwijs. Een sterk advies is daarom noodzakelijk. Om die reden pleit het LAKS dat het advies van de basisschool altijd het zwaarst telt. De CITO is slechts een momentopname waarin basisschoolleerlingen erg onder druk staan om te presteren. Daarom mag de CITO nooit een reden zijn voor een schooladvies. Middelbare scholen zouden alleen op basis van het gehele advies mogen selecteren, niet alleen op basis van de CITO-toets.Verder moeten leerlingen met vergelijkbare kwaliteiten op hetzelfde schooltype terecht komen. Regionale verschillen moeten streng bestreden worden. Ook moet de brugklas ruimte bieden om door te stromen, selectie hoeft pas op te treden in de tweede of derde klas zodat leerlingen meer kansen krijgen om het maximaal haalbare te bereiken.
Overgang voortgezet onderwijs naar hoger onderwijs
De aansluiting van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs verloopt vaak niet zoals gepland (net zo min als de aansluiting van het vmbo naar het mbo, zie daarvoor 1.2.2). Het LAKS is van mening dat scholen de verantwoordelijkheid voor de voorbereidende taak op zich moeten nemen zodat leerlingen direct een goede keuze en een goede start kunnen maken. Het is belangrijk dat de voorlichting over het hoger onderwijs naar de scholieren toekomt zodat alle scholieren goed in aanraking komen met het vervolgonderwijs. Veel scholieren vallen uit tussen het middelbare schooldiploma en de vervolgopleiding. Het LAKS zou ook hier graag een warme overdracht op ieder niveau zien.Passend Onderwijs
Het LAKS is tegen een acceptatieplicht voor scholen om leerlingen met een mentale handicap op te nemen in het reguliere onderwijs. Deze verplichting kan snel leiden tot aandachtstekort bij medeleerlingen. Daarnaast kan het reguliere onderwijs zelden de intensieve begeleiding van het speciaal voortgezet onderwijs bieden. Kanttekening hierbij is overigens wel dat leerlingen met een fysieke beperking juist wel zo veel mogelijk faciliteiten binnen het reguliere onderwijs moeten kunnen genieten.Het LAKS ziet onnodig veel scholieren ‘rugzakjes’ dragen. Een voorgestelde hervorming binnen het speciaal onderwijs moet uitkomst bieden. Wel moge duidelijk zijn dat hiervoor voldoende budget beschikbaar moet zijn. Ongewenste doorstroom naar het regulier onderwijs en beperking van hulpmiddelen en aandacht mag niet tot de consequenties behoren.
Het speciaal voortgezet onderwijs is onmisbaar binnen het Nederlandse onderwijsbestel. Vermeden moet worden dat het speciaal onderwijs alle ‘lastige’ leerlingen opneemt. Echter is het wel vaak het type begeleiding waar grote behoefte aan is.
Pesten, veiligheid en drugs
Pesten komt ook op middelbare scholen met grote regelmaat nog voor. Het is volgens het LAKS een nobel streven om het voor altijd te verwijderen maar ziet dat grote campagnes en lespakketten hier weinig aan bijdragen. Het LAKS ziet graag betrokkenheid vanuit mentoren, docenten en scholieren zelf om pesten vroegtijdig te signaleren en een pestprotocol op iedere school op te stellen zodat het gedrag vroegtijdig aangepakt kan worden. Een goede begeleiding voor de pester en de gepeste is cruciaal om pesten verder tegen te gaan op school.Iedere scholier moet zich veilig kunnen voelen op school, vandaar dat het belangrijk is om ervoor zorg te dragen dat wapens en andere gevaarlijke middelen niet de school binnenkomen. Het LAKS is van mening dat dit niet mag met detectiepoortjes, verplichte pasjes systemen, etc. Het LAKS is van mening dat de veiligheid op school gewaarborgd moet en kan worden door het stimuleren van goed contact tussen leerlingen, ouders, en de school.
Het LAKS is tegen een verbod van coffeeshops binnen een straal van welke afstand dan ook rond de school. Het gaat hier om symboolwetgeving. Veel effectiever is voorlichting, welke nu helaas nog vaak ontbreekt.
Privacy
De privacy van de scholier moet gewaarborgd zijn. Leerlingengegevens en dossiers moeten niet door iedereen in te zien zijn, het moet beperkt blijven tot een groep van bij de leerling betrokken personeelsleden. Iedere school moet verplicht zijn een reglement rondom privacy opgenomen te hebben in het leerlingenstatuut zodat iedere leerling van de geldende regels op de hoogte is.Privacywetgeving mag echter niet doorschieten en optimaal gebruik van het leerlingdossier belemmeren. Het inzichtelijk maken van roosters, cijferkaarten (eventueel met wachtwoord) of schoolfoto’s moet kunnen na instemming van leerlingen via het leerlingenstatuut.
Nieuwe technologie brengt ook nieuwe mogelijkheden mee voor het maken van geluid- en beeldfragmenten binnen de school. Hier moet op een verantwoorde manier mee omgegaan worden. De taak hiervoor zorg te dragen is aan de school.
Privatisering
Privatisering wordt door het LAKS afgekeurd. Het mag nimmer zo zijn dat een dubbel stelsel ontstaat met zowel private en publieke scholen. Iedere leerling heeft recht op gelijke kansen. Voorwaarde hierbij is wel dat deze gelijke kansen ook door de overheid geboden worden. Soms blijkt privaat onderwijs de enige mogelijkheid het gewenste diploma te behalen.Schaalgrootte
In de discussie over schaalgrootte wordt vaak vergeten dat schaalgrootte zich op verschillende niveaus afspeelt. Daarom pleit het LAKS voor een transparante en genuanceerde discussie. Tevens moet er meer geredeneerd worden op basis van wetenschappelijke onderzoeken in plaats vanuit onderbuikgevoelens. Het begrip schaalgrootte zou moeten worden opgesplitst in bestuurlijke schaal, school-, vestings- en klassengrootte.Bestuurlijke schaal
Het LAKS staat neutraal tegenover het aantal scholen dat onder één bestuur valt mits er wordt voldaan aan een aantal randvoorwaarden:
o Een schoollocatie moet de mogelijkheid hebben zich los te koppelen van het overkoepelend bestuur.
o Wanneer niet alle geledingen naar behoren zijn vertegenwoordigd binnen een GMR moet een bestuur zich bijzonder actief inzetten om medezeggenschap op dit niveau te waarborgen.
School- en vestingsgrootte
Een leerling mag zich nooit anoniem voelen binnen zijn school. Het LAKS is tegen leerfabrieken en andere excessen. Men mag echter nooit enkel oordelen op basis van het leerlingenaantal van een school. Door het hebben van meerdere vestingen en locaties binnen een school kan de persoonlijke aandacht voor elke leerling beter gewaarborgd worden.
Voor leerlingen moet de afstand tot medezeggenschapsorganen klein zijn; zo moet er gestreefd worden naar een MR (deelraad) op iedere locatie zodat onderwerpen die besproken en aangedragen worden, dicht bij de leerling staan.
Klassengrootte
Persoonlijke aandacht is essentieel. Het LAKS streeft naar een wettelijk maximum van 25 leerlingen per klas in te voeren, waardoor de individuele aandacht van de leerling wordt gegarandeerd. Zo moet ook voorkomen worden dat een school meer leerlingen aanneemt dan ze kan herbergen.
Fusies
Zorgvuldigheid is essentieel bij een succesvolle fusie. Het LAKS is positief over een fusietoets in het voortgezet onderwijs voor fusies op zowel bestuurlijk- als op schoolniveau. In deze fusietoets moeten criteria staan die zijn opgesteld door alle belangenorganisaties binnen het onderwijs. Het ministerie zou bij elke fusie moeten controleren of ze aan alle criteria voldoen. Een fusie mag alleen uitgevoerd worden wanneer alle geledingen hiermee instemmen.
Schoolboeken
Het principe van gratis schoolboeken is zeer juist, maar het mag de kwaliteit van de kennisoverdracht niet beïnvloeden. Door het huidige financiële beleid is de kwaliteit niet voldoende gewaarborgd. Daarom is het LAKS tegen de aanpak (via een Europese aanbesteding en financiële ruimte) betreft gratis schoolboeken. Niet de prijs, maar de kwaliteit zou voorop moeten staan.Daarnaast dienen leraren te allen tijde met hun vaksectie een lesmethode te kiezen.
Achteraf moeten leerlingen de mogelijkheid krijgen om hun mening uit te spreken over de methode, waarna de leraren dit kunnen meenemen in hun besluit om de methode al dan niet aan te houden. Het gevaar van het niet hebben van schoolboeken door rechtszaken in verband met Europese aanbestedingsregels moet voorkomen worden.
Schoolgrootte
Een leerling mag zich nooit anoniem voelen binnen zijn school. Het LAKS is tegen leerfabrieken en andere excessen. Men mag echter nooit enkel oordelen op basis van het leerlingenaantal van een school. Door het hebben van meerdere vestingen en locaties binnen een school kan de persoonlijke aandacht voor elke leerling beter gewaarborgd worden.Voor leerlingen moet de afstand tot medezeggenschapsorganen klein zijn; zo moet er gestreefd worden naar een MR (deelraad) op iedere locatie zodat onderwerpen die besproken en aangedragen worden dicht bij de leerling staat.
Schorsing en verwijdering
In het geval van problemen is volgens het LAKS schorsing of verwijdering van school de laatste optie in een conflict. Het LAKS is van mening dat de scholier zoveel mogelijk binnen de school moet worden gehouden zodat de ontwikkeling van de leerling in de gaten wordt gehouden. Het verwijderen van een scholier zonder een gepaste vervolgschool moet onmogelijk zijn. De school dient altijd de verantwoordelijkheid over de leerling te behouden en mag niet proberen om de leerling zo snel mogelijk te lozen als het de verkeerde kant op dreigt te gaan.Segregatie
Het LAKS is tegen discriminatie en hoge concentraties leerlingen afkomstig van sociaal-economisch minder sterke ouders op eenzelfde school in het onderwijs. Vergevorderde segregatie is moeilijker te bestrijden dan deze die zich in een beginnend stadium bevindt.Zodra segregatie zichtbaar wordt moeten middelen worden aangewend deze de segregatie tegen te gaan. Methodieken die leiden tot een goede mix van leerlingen op basis van sociaal-economische achtergrond en opleidingsniveau van de ouder zijn wenselijk.
Tevens moet goed gekeken worden naar het schooladvies op de basisschool in relatie met de etnische achtergrond. Als CITO-scores voortdurend afwijken van adviezen moet hard opgetreden worden. Voorlichting en scholing van docenten zou dan aan de orde moeten zijn.
Speciaal voortgezet onderwijs
Het speciaal voortgezet onderwijs is onmisbaar binnen het Nederlandse onderwijsbestel. Vermeden moet worden dat het speciaal onderwijs alle ‘lastige’ leerlingen opneemt. Echter is het wel vaak het type begeleiding waar grote behoefte aan is.Het LAKS is tegen een acceptatieplicht voor scholen om leerlingen met een mentale handicap op te nemen in het reguliere onderwijs. Deze verplichting kan snel leiden tot aandachtstekort bij medeleerlingen. Daarnaast kan het reguliere onderwijs zelden de intensieve begeleiding van het speciaal voortgezet onderwijs bieden. Kanttekening hierbij is overigens wel dat leerlingen met een fysieke beperking juist wel zo veel mogelijk faciliteiten binnen het reguliere onderwijs moeten kunnen genieten.
Stages
Het LAKS is voor beroepsstages en snuffelstages in het vmbo, mits ze inhoudelijk worden ingevuld en een werkelijke toevoeging vormen op de opleiding. Stages met goede en duidelijke voorwaarden zijn waardevol.Maatschappelijke stages moeten geen verplicht karakter hebben. Maatschappelijke stages kunnen onderdeel zijn van burgerschapsvorming. Er wordt op dit moment nogniet voldaan aan de voorwaarden om deze stages goed uit te voeren, en daarom is het LAKS bang dat de maatschappelijke stages ten koste gaan van het onderwijs. Indien de maatschappelijke stages toch verplicht zijn, moet een duidelijk kader worden gegeven waarbinnen de maatschappelijke stage moet vallen, zodat nutteloze stages niet mogelijk zijn. Ook hebben scholieren formeel gezien niets te zeggen over hun stage: ze dragen wel de verantwoordelijkheid over de stageplaats.
NOOT: Heb je iets te melden over je Maatschappelijke Stage of wil je meer info hier over? Ga dan naar www.meldpuntmaatschappelijkestage.nl van het LAKS!
Studiehuis
Het studiehuis is een pedagogische vorm, waarbij uitgegaan wordt van een grote mate van zelfstandigheid bij leerlingen. Het idee dat de docent een meer begeleidende rol moet aannemen past hier bij. Het studiehuis als lesmethode past dan ook in één rijtje met het competentiegericht onderwijs (of het “Nieuwe Leren”).Het LAKS pleit voor structuur. Het moet zo zijn dat een leerling ervan op aan kan dat alle docenten binnen een schoollocatie vanuit dezelfde pedagogische visie handelen, maar een docent individueel vrijheid krijgt voor een eigen accent.
Toch heeft het LAKS het idee dat met invoering van het studiehuis een station gepasseerd is. Uit de geschiedenis en ervaring blijkt dat het studiehuis niet op de meest efficiënte manier functioneert. Dit kan ook niet verwacht worden door de hersenontwikkeling die scholieren meemaken. Het LAKS staat voor het bevorderen van zelfstandig leren en werken, wat op alle mogelijke manieren gestimuleerd moet worden. Echter, binnen een studiehuis kan niet de benodigde begeleiding worden geboden.
Toetsing
ExamensDe examens zijn de kans voor de scholier om te bewijzen wat hij of zij geleerd heeft. Hierbij is het LAKS voor een stelsel met schoolexamens en het centrale examen. Door op verschillende momenten te toetsen kun je voorkomen dat het examen slechts een momentopname is. Het centraal examen is ook een manier om de kwaliteit van een school te onderzoeken. Het LAKS zou graag zien dat ook de schoolexamens zo veel mogelijk gelijk aan elkaar zijn. Dat betekent bijvoorbeeld voor iedere scholier de zelfde herkansingsmogelijkheden. Iedere scholier moet dezelfde kansen hebben.
Het LAKS staat neutraal tegenover het idee van gespreid examen doen. Door gespreide examens kan onderwijs op maat gerealiseerd worden en wordt de examendruk minder. We plaatsen echter wel vraagtekens bij de kwaliteit van gespreid examen doen. Met de examens in een korte periode moet de scholier in staat zijn om veel stof in een korte tijd te reproduceren. Volgens het LAKS draagt ook die vaardigheid bij aan het eindexamen.
De invoering van de computerexamens (COMPEX) is een ontwikkeling van de laatste jaren. Het LAKS is niet tegen deze ontwikkeling, maar wil wel dat de invoering geleidelijk verloopt in verband met de vele problemen die kunnen ontstaan. De ICT infrastructuur op school moet goed zijn. Ook moet goed gekeken worden of een computerexamen een verbetering is ten opzichte van het papierenexamen. Alleen dan mag invoering aan de orde zijn.
Onderbouwtoets
Het LAKS is tegen het continu toetsen, om maar zo goed mogelijk de voortgang van de scholier in het oog te houden. De docenten moeten zelf in staat zijn dit te beoordelen. Bovendien is een nationale toets een momentopname waar de leerling druk heeft om te presteren.
Een voorgestelde jaarlijkse peiling gaat nog verder dan één centrale toets. Het is aan de school om, desgewenst middels een toets, de voortgang bij te houden: een nationale toets draagt hier niets aan bij.
Eindtoets basisschool
Het LAKS staat negatief tegenover het verplichten van eindtoetsen op de basisscholen, vanwege het toevoegen van extra gewicht dat hiermee gepaard gaat. De toets zou laat in het jaar moeten plaatsvinden: de extra verkregen tijd wordt nu beter benut, waardoor de basisscholen hun leerlingen beter kunnen voorbereiden op de middelbare school.
Transparantie
Scholen en de overheid moeten transparant zijn. Deze transparantie is belangrijk omdat scholen veel vrijheid hebben om het onderwijs in te vullen. Ze moeten aan de maatschappij kunnen verantwoorden wat ze met hun geld doen, ook zodat leerlingen en ouders een goede keuze voor een school kunnen maken.Toch moet hiermee worden opgepast. Cijfers zeggen vaak niet alles en aan cijfers alleen moet geen waarde worden gehecht. De achtergrond van de cijfers kent een grotere waarde dan de cijfers zelf. Daarnaast staat eerlijkheid wel boven transparantie: liever geen openheid van zaken dan een niet kloppend en dus misleidend beeld.
Scholen zouden zaken als de hoeveelheid bevoegde docenten, de gegeven onderwijstijd, de financiën, de tevredenheid van ouders en scholieren, de leerling/docentratio en dergelijke goed en duidelijk moeten uiten. De overheid en de sectororganisaties spelen hier ook een rol bij daar als overkoepelende organisatie te fungeren.
Tweede Fase
De huidige tweede fase is de inhoudelijke kant van de bovenbouw van het HAVO en het VWO.Het LAKS staat niet per definitie negatief tegenover het idee de huidige vier profielen tot een tweetal (alfa en bèta) terug te brengen. Hierdoor moet een verschil beter zichtbaar worden. Wel moet kunnen worden gegarandeerd dat het aanbod in keuzevakken niet mag versmallen. Een ander gevaar is dat door samenvoeging scholieren, tegen het beleid van de overheid in, meer alfaprofielen kiezen.
De Tweede Fase zou een periode moeten worden van specialisatie.
Uitwisseling
Veel scholieren gaan in het (voor)examenjaar op reis met school naar het buitenland. Het LAKS meent dat het goed is dat je in aanraking kan komen met verschillende culturen. Deze verbreding van het onderwijsprogramma zou gestimuleerd moeten worden. De mogelijkheid om met andere scholieren in contact te treden moet een belangrijk onderdeel zijn van een uitwisseling.Verzuim en schoolverlaters
Ongeoorloofd verzuim moet zo goed mogelijk bestreden worden. Echter het bestraffen van spijbelen en ander verzuim moet gepaard gaan met goed overleg. Een privé-situatie kan voor een scholier immers ook reden zijn om te spijbelen. Verzuim moet een signaal zijn om de leerling extra in de gaten te houden en te begeleiden. Herhaaldelijk spijbelen moet worden tegengegaan door het onderhouden van nauw contact met de ouders en de betrokken scholier over de situatie van de scholier zelf.Vroegtijdige schoolverlaters zijn een probleem. Leerlingen moeten zoveel mogelijk gestimuleerd worden om met een startkwalificatie van school te gaan.
VMBO
Scholen dragen de verantwoordelijkheid om het beste uit ambitieuze vmbo’ers te halen. De toegenomen populariteit voor het havo geeft aan dat vmbo’ers te weinig uitgedaagd worden, en dat het niveau van het vmbo te laag is. Het LAKS pleit daarom voor een verhoging van het niveau en de kwaliteit van het vmbo-tl. Op die manier kunnen vmbo-leerlingen zich beter ontplooien. (Zie ook doorstroom – Doorstroom binnen de middelbare school)samenwerking bedrijfsleven
De samenwerking tussen het vmbo en het bedrijfsleven moet ook verbeterd worden. Scholen hebben de ruimte om de lesvormen en inhoud aan te passen aan de wensen van het bedrijfsleven. De lesinhoud kan hierdoor aantrekkelijker worden gemaakt, doordat er geschakeld kan worden tussen de theorie en de praktijk. Praktijklessen moeten op het vmbo een grote rol spelen. Te weinig relatie met de praktijk leidt tot demotivatie en uitval bij vmbo scholieren. Naast de algemene theorievakken is het daarom belangrijk om ruimte te bieden aan leertrajecten via praktijklessen. Het is de taak van de onderwijsinspectie om op de implementatie hiervan toe te zien.
Zeer zwakke scholen
Elke school moet in staat zijn goed onderwijs te geven, zo ook de scholen met de stempel ‘zeer zwak’. Het LAKS is van mening dat de onderwijsinspectie tegen deze directies en besturen hard mag optreden en de school onder scherp toezicht moet stellen.Wel moet men zich er hiernaast van bewust worden dat dit probleem niet alleen afgeschoven kan worden op slecht bestuur. Het is een probleem dat consequent hand in hand gaat met segregatie en andere zaken. Daarom is sluiten van deze scholen geen oplossing, hiermee wordt de problematiek enkel verschoven.
Ziekte
Elke leerling heeft recht op goed onderwijs, ongeacht hij of zij normaal met het lesprogramma kan meedraaien of niet in staat is in de les aanwezig te zijn. Daarom pleit het LAKS voor een solide opvang voor ziekte onder leerlingen. Hieronder vallen zowel chronisch zieken binnen het regulier onderwijs als eenmalig zieken met een minimum van twee weken afwezigheid.Zodra langdurige ziekte geconstateerd wordt moet een school adequaat handelen. Dit houdt in dat de school direct samen met de leerling een studieplan opstelt en zorgt dat er zo snel mogelijk onderwijs aangeboden kan worden. De school is verantwoordelijk voor de levering van alle benodigde voorzieningen. Voorwaarde is dat alle betrokken partijen, de school uitgezonderd, hiermee instemmen.


