BLOGS

Het samenwerksyndroom

Elke periode moet ik voor biologie een praktische opdracht (PO) maken. Tevens staan er voor natuurkunde en scheikunde twee ingeroosterd. Ook voor Nederlands, wiskunde en Duits moet ik aan het werk voor nog zo’n PO. Deze vind ik geen bezwaar, wel dat ze allemaal samen en in groepjes moeten.

Het is buitensporig hoeveel in het Nederlands onderwijs tegenwoordig in groepjes gewerkt moet worden. En naast de bovenstaande greep uit mijn programma voor toetsing en afsluiting zijn er natuurlijk ook nog spreekbeurten die samen moeten, en discussies die je samen moet voorbereiden en wat allemaal niet meer.

Uiteraard dient de samenwerking een educatief doel. School heeft immers de plicht je voor te bereiden op wat later komen gaat. Daar hoort samenwerken zonder meer bij. Bovendien kan je met samenwerken elkaar goed aanvullen, ‘net als in het echt op de werkvloer’. Maar waarom moet ik keer op keer bewijzen dat ik aan deze competentie voldoe? Waarom is één keer laten zien dat je kan samenwerken niet genoeg?

In het kader van ‘je voorbereiden op wat later komen gaat’, is dit begrip ‘samenwerken’ anderzijds ook enigszins vreemd. Want bij welk bedrijf, of bij welke instantie moet je samen een functioneringsgesprek voeren? Bovendien is er – bij mijn weten – geen enkel bedrijf waar twee gelijkwaardige krachten worden afgerekend voor het werk dat ze allebei apart hebben voltooid. Daarom zou je ook in het onderwijs moeten leren dat je zelf verantwoordelijk bent voor je eigen werk!

Ik ben van mening dat je als leerling moet laten zien dat je over de competentie ‘samenwerken’ beschikt; maar dat je dat niet keer op keer hoeft te bewijzen. En dat je, na dat je dit hebt laten zien, ook de mogelijkheid moet krijgen om individueel te werken met een daarop aangepaste opdracht. Want bij het streven naar de individualisering van het Nederlands onderwijs moet het maar eens afgelopen zijn met die overmaat aan samenwerken.

Deel |

REAGEER



« Naar het overzicht